Hoofdstuk 9 – EEN PIJNLIJKE ONTHULLING
EVEN GOEDE VRIENDEN
Als we bij Eindhoven de ring opdraaien zet Maat de navigatie uit, gaat meer overeind zitten in zijn stoel en zet de radio zachter. De snelheid van de auto gaat terug naar de toegestane snelheid. Dan slaat hij zijn hand op mijn knie.
‘Luister, laat me uitpraten, even goede vrienden, voor altijd. We praten er hierna nooit meer over.’
Voordat hij mijn knie los laat knijpt hij er eerst stevig in. Hij wil duidelijk aandacht, en hij klinkt bloed serieus.
Die nacht in Madrid blijft tussen jou en mij. Ik had je gewaarschuwd voor dat lauw bier en die Spaanse bagger die je weg tikte. Zeker na al het bier van de hele dag. Maar toen ik je in bed zag stappen met een flesje drinken leek er niks aan de hand. Je hebt me laten schrikken eikel, je hebt me gruwelijk laten schrikken.’
Ik zit doodstil in mijn stoel. Ik wil honderd en één dingen zeggen, maar niets komt er uit mijn mond. Ik leg mijn hand op mijn borst en kijk hem vragend aan.
‘Ja jij’ gaat hij verder. ‘maar je kan het je natuurlijk niet herinneren wat er allemaal gebeurd is die nacht. Ik dacht eerst dat je dood ging. Ik werd die nacht wakker van een harde bonk. Lag je daar naast je bed. Met je ogen open. Stokstijf. Ik was in paniek. Ik heb je wakker willen schudden, ik heb je zelfs die menthol neusspray ingespoten uit je toilettas maar je gaf geen kik meer. Ik heb je hartslag gevoeld en die was boven de 120. Ik ben je vriend, niet je dokter.’
Even valt er een stilte. Dan kijkt hij me verontschuldigend aan.
‘Oké. Het laatste was dom. Ik had je hand niet in die bak met koud water moeten houden. Maar de zweetdruppels liepen over je hoofd en je hartslag was veel te hoog. Maar toen je in je broek pieste werd je wel wakker. Het was echt niet de bedoeling al snap ik achteraf dat het zo lijkt. Maar je was in iedere geval wakker, Toch?’
Het was een vraag.
Toch? Klonk het nogmaals in mijn hoofd. Was ik wakker? Voor mijn gevoel weet ik alles nog van die nacht. Ik beleef die nacht uur na uur nog steeds. En dan vraagt hij of ik wakker was?
‘Bedoel je toen ik je slippers heb meegenomen?’ vraag ik hem verbaasd.
‘Slippers heb meegenomen’ herhaalt hij
‘ik heb helemaal geen slippers. En natuurlijk was je wakker. Je hebt het zelf opgeruimd. Het kwam allemaal niet zo nauw toch. Uit kwaaiigheid heb je denk ik heel je trainingsbroek verknalt. Je eigen schuld, je had ook gewoon een handdoek kunnen halen in de badkamer. Het was dus echt geen streek van mij zoals je bleef beweren, je was gewoon stom dronken. En je bleef maar ratelen over Schuitema en Koeman en Waterreus of man. Er was geen touw aan vast te knopen. Als je er niet tegen kunt vriend, dan moet je niet zoveel drinken. Daar wordt het niet leuker van. Daar wordt jij niet leuker van. Natuurlijk was ik daar pissig over. We zouden een leuke voetbalweek hebben, en dan is een nacht op je zatte vriend letten na een teleurstellende wedstrijd niet het juiste ingrediënt.’
In mijn hoofd flitsen de gebeurtenissen van die nacht weer door mijn hoofd. Ondertussen zijn we thuis aangekomen. Maat heeft de auto geparkeerd en is uitgestapt. Ik zit nog steeds verbaasd voor me uit te staren. Dan trekt Maat mijn portier open.
‘Ik had je naar huis gedragen vanuit Madrid als het had gemoeten. Ik weet zeker dat je voor mij hetzelfde zou hebben gedaan. Vrienden leer je het beste kennen in slechte tijden.’
Hij opent de achterklep en pakt zijn reiskoffer. Aan de zijkant opent hij een rits.
‘Ik heb nog wel je kunstwerkje mee genomen. Voor je plakboek. Wanneer heb je dat getekend? Leuk! Wat was er in 2007? Je liet het in Parijs liggen’
Met een zwaai gooit hij een bierviltje in mijn richting. Het bierviltje is nog in een prima staat. Een pentekening van een kanon waar water uitkomt met de tekst “Operatie Waterkanon 2007” siert de achterkant.
‘Volgende keer maar’ roept hij nog naar mijn vrouw die bij de voordeur is verschenen.
‘Tot morgen’ roep ik in een reflex terug.
Enkele seconden later verlaat zijn auto het erf, mij in verbijstering en een grote stofwolk achterlatend.

HERINNERINGEN
Ik kon niet slapen en heb zojuist het hele verslag bijgewerkt. Het blijft een raar verhaal.
Ik heb me er intussen wel bij neergelegd dat het allemaal een slechte droom was en dat de wereld soms gewoon niet is wat hij lijkt. Dat de mensen om je heen niet altijd zijn wie je denk dat ze zijn. Ik weet nu wie die man op het terras was. Dat was ikzelf. Hij vertelde niks nieuws. Het enige wat hij deed was de lijntjes met elkaar verbinden. Op een verkeerde manier. Hij vulde alles in met mijn angsten en boog de waarheid met feiten die ergens anders voor stonden.
Ik heb van deze voetbaltrip veel geleerd. Echte vrienden zijn er als je in de problemen komt en drank is niet altijd de sleutel voor plezier. Maar alles was ik nog heb van dat voetbaltripje zijn herinneringen. De gekochte sjaal en de foto’s.
Morgen komt Ajax. Dat had de feestelijke afsluiting van mijn voetbalweek moeten worden. Er is weinig feestelijks aan tot nu toe. Als PSV morgen verliest is dit de laatste bladzijde van mijn verslag. Ook ik heb een grens. Gaat het verslag zo de archief schijf op.



