Hoofdstuk 8 – SKIETE WILLY IN BELGIE
TOERISTISCHE ROUTE
Voor de terugweg besluiten we gewoon over Brussel – Antwerpen te rijden. De snelste weg direct naar huis. We hadden over Maastricht kunnen rijden via Charleroi – Luik, om daar nog ergens lekker te kunnen gaan eten. Maastricht heeft voor mij nog altijd een speciale aantrekkingskracht. Voor mijn opleiding heb ik eind jaren zeventig in Cadier en Keer gewoond. In die tijd heb ik veel rondom Maastricht ontdekt zoals Valkenburg, de grotten en MVV.
De geschiedenis van de grotten in Cadier en Keer waar een heel klooster zich in verstopte in de tweede wereldoorlog tot de Boschberg, onderdeel van de Cannerberg, wat omgebouwd was tot het belangrijkste strategische hoofdkwartier van de NAVO in Europa tijdens de Koude Oorlog. In 1992 is het complex gesloten in verband met asbest. We hebben er veel rondgestruind.
SKIETE WILLY
Ik ging toen ook regelmatig MVV kijken. Later zag ik daar Willy van der Kuijlen nog spelen. Het was alsof ik een ster zag die langzaam doofde. Hij liep over het veld met zijn bekende tred en overzicht, maar de glans van Eindhoven was weg. Het applaus was zachter, het stadion kleiner, en je voelde dat het grote publiek hem niet meer kende. Skiete Willy kreeg een stille aftocht.
Toen hij daarna vluchtte naar Overpelt-Fabriek in België, verdween hij helemaal uit beeld. Geen krantenkoppen, geen grote stadions, gewoon stilte. Daarna stopte hij, stilletjes, van skiete Willy naar stille Willy terwijl hij ooit sportpark Philips liet schudden met zijn ontelbare goals en een UEFA cup. Het was bitterzoet, en ik voelde het als een legende die zijn plek in het licht verloor.
Trainer Thijs Libregts had moeite met Willy. Hij vond dat Van der Kuijlen niet meer in zijn systeem paste en te veel invloed had in de kleedkamer. Libregts stond bekend als een harde leermeester en wilde verjongen. De directie onder Jacques Ruts koos de kant van de trainer. In plaats van Mister PSV voor altijd te koesteren, gaven ze Libregts de ruimte om door te selecteren.

Persoonlijk denk ik dat dit een van de grootste fouten in de geschiedenis van PSV is geweest. Dit botste zo met de cultuur van de vereniging. Een nieuwe trainer kan nooit de koers van de vereniging bepalen. Hij mag hem proberen bij te sturen. Als ze het vijf jaar volhouden op de bank dan mag je aanschuiven. Eerst een Eindhovenaar worden voordat je onzinnige besluiten mag nemen. Iets wat Kees Rijvers en Guus Hiddink is gelukt. En misschien zit Cocu hier over tien jaar ook nog. Phillip en Philips. Het klinkt niet gek. Voor nu doet hij het prima. Het mag alleen wel wat aanvallender.
BELGIË
Maat stuurt de auto de grens Frankrijk – België over bij Hensies. Op de grens staat een groot beeld, een monument blijkt als ik het opzoek op internet.
‘Monument Signal D’Hensies De Moeschal heet het voluit en is gebouwd als een symbool van vriendschap tussen de twee landen.’
Maat lacht.
‘Een monument als dit mogen ze ook wel bij het Philips stadion zetten als symbool van vriendschap tussen België en PSV.’
Ik klik mijn iPad uit. Maat geeft de indruk weer over PSV te kunnen praten. Zal ik hem nu naar de dinsdagnacht vragen? We hebben nog drie uur voordat we in Eindhoven zijn.
Maar Maat is me voor.
‘Kunnen we al een elftal samenstellen met onze PSV Belgen?’
‘Ik denk het wel, we hebben meer dan 20 Belgen gehad in het verleden, maar of het een goed elftal is valt te betwijfelen’ antwoord ik hem terwijl ik mijn iPad weer opstart.
‘Hoezo niet goed, Nilis en Gerets waren gewoon toppers. Die Gerets was aanvoerder toen we de Europacup 1 wonnen, dan kun je echt wel voetballen. En Nilis, kom op, Lucky Nilis, die zingen we nu nog toe. Dat was toch een prachtige voetballer? Die mag je morgen weer één sturen’
Maat is een Nilis fan, we zijn allemaal Nilis fan.
‘Nilis kon excelleren met voetballers als Ronaldo en van Nistelrooy voor hem, maar in ons PSV – Belgen elftal hebben we geen fatsoenlijke spits. Marc Degryse moeten we daar neerzetten. Is toch van een ander kaliber. Hij zal het moeten hebben van de vleugels. Op rechts zetten we Dries Mertens. Daar hoeven we ons niet voor te schamen. “is te klein om een grote te worden” riep René van der Gijp ooit. Hij verkaste daarna naar Napoli waar die ander voetballer gespeeld had die ook te klein was maar tot de grootste uitgroeide.’

Maat moet lachen en vult aan voor de ander vleugelaanvaller.
‘Maxime Lestienne mag er van mij ook in of hebben we een beter optie?’
‘Wel een andere maar niet een beter, al dachten we daar toen heel anders over. Zakaria Bakkali was ook wel een talentje maar die koos de “Labyad” route bij PSV. Dan ben je klaar in Eindhoven. Die mag op de bank.’
Maat kan het niet laten Guus Meeuwis in te zetten en we eindigen samen met “Geniet met volle teugen, Labyrat komt nooit terug”.
Met Nilis op tien gaan we op zoek naar de acht en de zes.
‘Simons, Timmy Simons, Kapitein Simons, onze leeuw van Vlaanderen. Dat is niet zo moeilijk. Speelde gewoon vijf jaar voor PSV, en was er zelfs aanvoerder’ begin ik.
‘Leeft die nog?’ vraagt Maat nieuwsgierig.
‘Ja joh, dat wordt de eerste speler die met z’n vijftigste nog voetbalt. Wat een prof was dat. Die kwam in 2005 als opvolger voor van Bommel over van Club Brugge. Hij was toen achtentwintig en speelde nog 4 jaar voor PSV. Simons was nooit geblesseerd en speelde gewoon iedere wedstrijd negentig minuten. Hij vertrok toen hij 33 was in 2010. Speelde na PSV nog meer dan 100 wedstrijden voor 1FC Nürnberg en keerde in 2013 terug naar Club Brugge. Die leeft niet alleen nog, maar die speelt gewoon nog iedere week in de top van de Belgische competitie. Hij wordt dit jaar 40’

Maat valt even stil. Nu dat we richting Nederland rijden is het weer begonnen met regenen. De ruitenwissers zijn aangesprongen en maken bij de eerste slagen een piepend geluid.
‘Dan is hij vier keer achter elkaar kampioen geworden’ hervat Maat.
‘Drie keer’ verbeter ik hem, ‘en de laatste twee keer hield hij de schaal zelf omhoog. De eerste keer was Cocu nog aanvoerder.’
Weer valt Maat stil. In 2007 was de bewuste wedstrijd. Simons was daar ook bij. Zal hij er nu zelf over beginnen? Zal ik het doen?
Ik voel het ongemakkelijk worden. Maar Maat neemt een diepe zucht en hervat het gesprek.
‘Simons was alles wat een PSV’er moet zijn eigenlijk. Hij bleef altijd beleefd, hielp zijn tegenstander overeind en maakte in de regel weinig overtredingen. Hij verdiende heel snel het respect bij al zijn medespelers. Maar nooit valt zijn naam als het over voetballers gaat die iets betekend hebben voor PSV, iets extra’s brachten.’
Ik kan niet anders dan het met Maat eens zijn.
‘in welke formatie spelen we eigenlijk, gewoon 4-3-3?’ vraag ik nonchalant, of ik daar nog niet aan gedacht heb.
‘Natuurlijk, we blijven wel normaal doen. We zoeken dus nog een middenvelder naast Nilis en Simons. Wat dacht je van Davy Oyen?’
‘Davy speelt, maar in de verdediging. Ik zou Tom van Mol nog op het middenveld zetten.’
Maat trekt een zuinig gezicht.
‘Dus Davy Oyen achter met Eric Gerets en Timothy Derijck. Wie is de vierde man?’ denkt hij hardop.
‘Stijn Wuytens denk ik. Keepers hebben we nooit gehad, tenminste niet als eerste keeper. Yves Lenaerts en Ruudje Boffin haalde samen iets van 4 wedstrijden. Nee, het is geen best elftal. Sterker nog, ze zouden nooit met elkaar spelen. Nilis en Gerets kunnen elkaar niet luchten of zien heb ik gehoord’
VAN DE REGEN IN DE DRUP
Maat zet de ruitenwisser nu handmatig een stand sneller. Het regenwater vormt nu een grijze muur die het zicht op de snelweg helemaal wegneemt. Je voelt aan alles dat we Nederland naderen.
‘We hebben geen haast’ spoor ik Maat aan om het rustiger aan te doen.

Even draait hij zijn hoofd in mijn richting waarna hij het gaspedaal los laat en de snelheid laat terug lopen naar ruim onder de honderd. Tussen de druppels door zien we nu achterlichten opdoemen. In een snelle reactie zet hij het knipperlicht aan schiet de uitvoegstrook op richting het pompstation.
‘We gaan soep doen, of een vette hap.’ zegt Maat.
‘Ik zie het’ knik ik bevestigend.
Het kan blijkbaar nog harder regenen als Maat eindelijk een parkeerplaats heeft gevonden.
‘Als ik nu naar buiten ga kan ik zwemmend naar het restaurant, we wachten nog even. Even een power nap. Wat denk jij?’
‘Als je wil kan ik dadelijk wel rijden. Maak ik mijn verslag in Eindhoven af.’ stel ik maat voor.
‘Nee tik jij nu maar, je hebt wat van je af te schrijven, je bent al onrustig vanaf die nacht in Madrid, het gaat niet over hé?’
‘Nee, het gaat niet over’ mompel ik terug.
Als het gezoem van de elektrische stoel stopt, als de rugleuning de lig stand heeft aangenomen, duurt het niet lang of het geronk van een tevreden Maat duelleert met het tikken van de regen.
Hij slaapt nu ongeveer twintig minuten. Ondertussen ben ik bij met mijn verlag. De regenbui is over gegaan in een miezerig buitje. De ouderwetse neonverlichting knippert boven de deur. De eerste klanten verlaten het restaurant al weer op zoek naar hun auto. Ik berg mijn spullen op en controleer de koelbox achter mijn stoel op inhoud. Helemaal onderin liggen nog twee blikken bier. Ik voel met de rug van mijn hand de temperatuur. Niet lauwer dan op koningsdag. Moet nog kunnen.
Als ik het blik opentrekt schiet Maat overeind.
‘Jij drinkt, ik rij’ zegt Maat zelfbewust.
‘Ik trok hem voor jou open’ lieg ik.
‘Leugenaar’ lacht Maat. ‘Drink lekker op jongen, die ene kan de pret niet drukken. Maar ik rij.’
EINDHOVEN
Samen met een regenbui rijden we even later Nederland binnen bij Eersel. Met het Nederlandse asfalt veranderd het geluid in de auto. Maat is na het eten niet erg spraakzaam. Hij bediend de MP3 speler als een diskjockey. Soms neuriet hij wat mee of tikt met zijn ring op het stuur mee in de maat.
De navigatie geef aan dat we Eindhoven binnen rijden via de Aalsterweg. We hebben alleen Eindhoven opgegeven in het navigatiesysteem. Dan wil hij naar het centrum.
‘We moeten niet naar de Aalsterweg maar naar Tegenbosch’ wijs ik maat op de navigatie.

‘Ik zie het, Amsterdam aanhouden op de ring’
‘Den Bosch’ verbeter ik hem.
‘Dat is dezelfde weg, de A2’ zegt Maat verwonderd.
‘Dat weet ik’ bijt ik terug. Even is het stil.
‘Den Bosch, inderdaad’ Maat slaat met zijn hand op het stuur. Zijn bulderende lach is weer even terug, wij zijn weer terug.







