HerazNL

Je Buurman Op Internet

Hoofdstuk 6 – TWIJFEL IN MADRID

Hoofdstuk 6 – TWIJFEL IN MADRID


BRAK IN MADRID

‘Blijf jij hier de hele dag liggen of denk je dat je er nog uitkomt vandaag’

Ik schrik wakker. Is het al ochtend? Mijn hand voelt naast het bed op zoek naar mijn bril en telefoon.

‘Ik heb je telefoon op de oplader gelegd, hij was op de grond gevallen. Anders miep je de hele dag over je telefoon.’

Ik draai mezelf uit bed en blijf even op de rand zitten. Mijn evenwicht voelt niet helemaal goed. Ik heb het gevoel of er een tank over me heen is gereden. De smaak in mijn mond, het bonzen in mijn hoofd geeft me even het woensdagochtend na carnaval gevoel.

Als ik opsta en naar de tafel loop voor mijn telefoon voelen mijn spieren stram. Maar ondanks al het ongemak gaat het verhaal van vannacht nog steeds door mijn hoofd. Mijn telefoon geeft tot mijn verbazing aan dat het nog geen negen uur is. Nu wil ik mijn dag in Madrid niet weg liggen te muffen op bed, maar na een nacht als deze had ik mezelf nog wel een uurtje gegund. Geen idee eigenlijk hoe laat ik ging slapen.

‘Ik heb wat vruchtensap gekocht hier aan de overkant, het is nog koud. Het staat op de vensterbank bij het raam.’

Maat wijst naar het raam waar hij zojuist twee pakken sap heeft neergezet. Door het raam zie ik het verlaten binnenplein. Alles ziet er weer piekfijn uit. Ik open een pak en schenk het roodgele vocht in een plastic bekertje uit de badkamer. Bij de eerste slok trekken mijn kaakspieren samen. Samen met een paracetamol en een pufje menthol neusspray moet de oorlog in mijn hoofd langzaam komen tot een wapenstilstand. Alleen het felle licht is nog een spelbreker in het vredesproces. Een paar uurtjes slapen zou een betere oplossing zijn.

De langdurige douche was het laatste zetje om van het brakke gevoel af te komen. Als het water langs mijn gezicht golft flitsen mijn gedachtes terug naar de nacht. Wat heb ik allemaal onthouden. De film draait nogmaals langzaam af in mijn hoofd. De meest bizarre uitspraken galmen tussen het luide water gespetter in mijn hoofd, tot het warme water op is. Een luide vloek en het snel dichtdraaien van de kraan beëindigen wel de waterstroom, maar de vreemde ontmoeting met dito uitspraken echode nog na in mijn hoofd.

EEN ONTNUCHTEREND GESPREK

Als ik de douche verlaat staat Maat bij het raam naar buiten te kijken. Met twee handen diep in zijn zakken peinst hij voor zich uit. Hij heeft geen PSV shirt aangetrokken en zijn pet ligt op tafel. Hij is duidelijk nog niet over de teleurstelling heen. Nu wiebelt hij een beetje van het ene op het andere been op en neer maar lijkt de omgeving verder niet op te merken.

‘Wil je het nog over gisteren hebben’ probeer ik voorzichtig.

Het blijft even stil. Dan haalt hij zijn handen uit zijn zakken en plaatst ze in zijn nek. Lichtelijk begint hij zijn nek te masseren.

‘Nee’ mompelt hij, ‘laten we het tot het eind van de week niet meer over gisteren hebben, en zeker niet over vannacht. Ik moet het allemaal nog een plaats geven. Ik ben zo geschrokken. Ik had zoiets nooit verwacht.’

Plots klopt mijn hart in mijn keel. Wat is dit. Heeft hij alles gehoord? Mijn ogen spieden de kamer af. Zijn bed, het open raam, de gordijnen. Hij was wakker toen ik weg ging.

“Kun je je alles nog herinneren van vannacht, heb je alles verstaan?” vraag ik verbaasd.

‘Ja natuurlijk, ik ben niet doof, de vraag is of jij je nog alles kan herinneren met je gezuip. Ik zeg al, ik wil het er nu niet over hebben. We hebben het er in Eindhoven nog wel over, we laten het onze trip niet verpesten, daarbij ben ik al lang blij dat het allemaal weer goed is gekomen’

Hij loopt naar de tafel, zet zijn pet op en loopt naar de uitgang.

‘Ik ga vast naar buiten, schiet maar een beetje op, gaan we ergens een stevig ontbijt zoeken.’

Hij gooit de deur achter zich dicht, mij in totale verwarring achterlatend.

EEN STILLE OCHTEND

Die ochtend verloopt verder totaal in stilte. De ochtendzon kruipt langzaam op de gevels omhoog van de statige gebouwen rond Puerta del Sol, het bruisende hart van Madrid. Het geroezemoes van toeristen tussen de lokale bevolking vermengt zich met het geklink van koffiekopjes op de terrassen waar de eerste cafésolo’s worden geserveerd. Ook andere PSV supporters hebben zich al onder de koffiedrinkers gemengd.

Wij zetten de eerste stappen richting het noorden, door de elegante Calle de Preciados, waar de stad langzaam tot leven komt. Langs de statige Gran Vía, Madrids eigen Broadway, flaneren we onder imposante gevels in art-decostijl. Theaterreclames, modewinkels en oude bioscopen flankeren onze wandelroute. Na een korte stop voor een versgebakken napolitana bij de lokale bakker, slaan we de rustigere straten in van de chique wijk Chamberí. Hier verandert het ritme. De brede lanen worden groener, en de klassieke herenhuizen ademen de grandeur van een ander tijdperk uit. Onder de schaduw van bomen hoor je alleen nog het zachte gezoem van de stad, ver weg van het toeristische rumoer. Naarmate je dichter bij het stadion komt, wordt de sfeer voor mij voelbaar anders. In de verte doemt het monumentale Santiago Bernabéu op, als een kathedraal gewijd aan het voetbal.

We zijn er bijna. Maar Maat blijft nog steeds helemaal stil. Hij is anders altijd zo uitgelaten, zo vol van vertrouwen, maar deze ochtend loopt hij erbij of hij zijn hond moet gaan begraven. Wat zal er in hem omgaan vraag ik me af. Heeft hij niet hetzelfde als mij, wil hij nu niet het naadje van de kous weten, of wil hij het wegstoppen, vergeten, doen of het er niet was, om zich niet gekrenkt te voelen. Of zit het hem ook dwars, voelt het bij hem ook niet goed, dat de club zoiets heeft gedaan?

HET BERNABÉU

Bij het stadion aangekomen gaan we weer op in de drukte. We kopen een tour Bernabéu om alles eens goed te gaan bekijken. Real Madrid heeft een rijke historie. Maar ook voor PSV speelt dit stadion een grote rol in zijn geschiedenis. Edward Linskens scoorde hier op zes april 1988 het doelpunt dat PSV plaatste voor de finale van dat jaar. Het enige jaar dat we een lange neus trokken naar de rest van Europa door het winnen van de cup met de grote oren.

Edward Linskens, de Nick Deacy van Real Madrid.

Edward Linskens werd nooit de vedette die met grote sierletters in de krant stond. Integendeel, elke keer als er een nieuwe trainer kwam, begon Edward weer op nul. Bij Guus Hiddink was hij de ene week basis, de andere week bank. Guus had sterren zat, en Edward was nou niet de man die zijn borst vooruit stak en zei “hier ben ik”. Hij werkte gewoon keihard, en daardoor speelde hij tóch zijn rol in dat gouden elftal.

Toen kwam Bobby Robson. Een nieuwe man, nieuwe voorkeuren, en Edward moest wéér vanaf de bank knokken om te laten zien dat hij meer was dan een invaller. Linskens liet andere voetballers beter voetballen. Hij maakte die extra meters, hij trok de gaten. Maar hij kon ook gewoon belangrijk zijn. In 1993 legde hij persoonlijk Ajax over de knie in het Philips stadion door twee maal te scoren. Drie keer, als ze hem niet neer hadden gehaald in het strafschop gebied. De penalty moest hij overlaten aan Romario. De kleine kreeg een gratis mogelijkheid zijn topscoorder status op te vijzelen maar miste.

Westerhof kwam in 1992 en die had het wel meteen door. Edward was geen vedette, maar wel iemand die je wekelijks kon gebruiken. Die zette hem gewoon in de basis en toen speelde hij misschien wel zijn beste seizoen in Eindhoven. Ik ben altijd fan geweest van Edward. Hij is misschien wel de belichaming van de spreuk op het trainingscomplex de Herdgang

hard werken verslaat talent, als talent niet hard werkt

Het was eigenlijk altijd hetzelfde liedje. Trainers kwamen, keken eerst naar de grote namen, en pas later zagen ze dat die stille jongen uit Venray alles deed wat nodig was. Hij was geen Romário, geen Koeman, geen van Breukelen. Maar zet hem in je team, en je kon rekenen op strijd, loopvermogen en een paar van die onvergetelijke momenten, zoals dat doelpunt in Madrid.

Die goal, die het nu bij voetbal Bloopers goed zou doen, werd hier gescoord, bij Real Madrid. De wedstrijd eindigde in een 1-1, en door dat uitdoelpunten hadden we aan 0-0 genoeg in de thuiswedstrijd. Die thuis wedstrijd was een beladen duel. De wedstrijd ervoor tegen Bordeaux had Hans Gillhaus Tigana een vreselijke doodschop gegeven. Koeman liet de pers noteren dat hij dat een prima idee vond. De UEFA dacht er anders over en schorste hem voor drie wedstrijden. Toen was het toch even zweten in het Philips stadion, maar er viel geen doelpunt. Die drie wedstrijden voor Koeman werd omgezet naar één wedstrijd, zodat hij wel in de finale kon spelen.

’s Hertogenbosch

We hebben nooit van Real Madrid gewonnen in het Philips stadion. In 1971 speelde ze de thuiswedstrijd tegen Real Madrid in de hoofdstad van Noord-Brabant, ‘s-Hertogenbosch. De overenthousiaste supporters hadden de wedstrijd daarvoor in hun spontaniteit blikjes op het veld gegooid. Ook dat vond de UEFA niet fijn en strafte PSV met het verbieden van het spelen in het Philips stadion. Wonnen ze met 2-0 in Den Bosch. Het spandoek wat die wedstrijd dat in de Vliert hing heeft daarna nog lang als tent gediend in een Eindhovense schuur. “PSV zal REAL wippen zonder bier of cola blikken” Supporters humor en geweld is van alle tijd.

Het voetbalmuseum van Real Madrid in het stadion is indrukwekkend. De prijzenkast, de geschiedenis, Real Madrid is wel een echte voetbal reus. Maar de persoonlijke binding met Real Madrid is er niet. Ook PSV heeft niet veel binding met Real Madrid. Hoewel Arjen Robben, Klaas-Jan Huntelaar, Ronaldo, en Ruud van Nistelrooy alle vier voor PSV en Real Madrid hebben gespeeld, is er nooit één rechtstreeks naar Madrid gegaan.

Ruud is voor mij nooit een echte PSV’er geworden. De echte komen aan het eind van hun carrière terug om afscheid te nemen in het Philips Stadion en dienen als voorbeeld voor de jeugdopleiding. Ruud koos voor Malaga, voor het geld. Nee, Madrid heeft het niet, net als Ajax. Wat Madrid is voor Barcelona is Ajax voor PSV, en andersom natuurlijk. Maar het is wel die onderlinge competitie die de ploegen stuwen boven de andere clubs uit wat nog enige aansluiting met de Champions League teweeg kan brengen.

Maat is iets eerder het museum uitgegaan en heeft de tour vervolgt naar de tribune. De zon heeft voor de helft de grasmat onder vuur genomen, de andere helft wordt aangelicht met groei lampen. Het stadion is met vier ringen en een dak zo hoog geworden dat sommige delen van het veld nooit zon krijgen. Daarom staan daar die lampen te branden. Verder zijn alle stoelen blauw en zijn de paden oranje gemaakt. Het is een indrukwekkend stadion. Zelfs als het leeg is, met zitplaatsen tot aan de zijlijn. Puur voetbal.

Bij de tour door de kleedkamers heb ik uit beleefdheid wat foto’s genomen. Ik loop niet echt warm voor badkamers en kleedruimtes. Als we later de dug-out gaan bekijken bij het veld schieten we nog wat foto’s van elkaar.

‘Voor in het plakboek’ zegt Maat. De eerste glimlach van de dag ziet het daglicht.

‘Tijd voor een biertje’ stel ik stoer voor om het ijs verder te breken.

‘Ik dacht het niet, we gaan eerst eens even stevig lunchen. We hebben nog de hele dag. Ik wil iets vettigs, een NAC-worst of zo, met veel saus.’

Persoonlijk heb ik nog helemaal geen honger, maar ik heb wel dorst, nadorst.

DWALEN IN MADRID

De middag gaat langzaam voorbij. Het wordt een kroegentocht in de laagste versnelling waarbij we het uitsluitend gemunt hebben op terrasjes waar veel mensen voorbij komen. Maat is de rest van de dag toch stiller dan anders. Zou het bij hem ook malen? Hij heeft alles gehoord zegt hij. Ik blijf de hele dag flitsen terug krijgen van het gesprek van vannacht. Ik wissel mijn drankjes af met frisdrank om het alcohol gehalte in mijn bloed niet te ver op te laten lopen. Morgen is het weer een lange tocht naar Parijs.

Voor de avond hebben we een sportcafé uitgezocht in Madrid. Bij de tafel waar we zaten te eten hing een tv die na een samenvatting van de wedstrijd Atletico Madrid tegen PSV verder ging met een live verslag van Bayer München tegen Juventus. Ook daar was een verlenging nodig nadat de Duitsers, natuurlijk in de laatste minuut pas, gelijk hadden gemaakt. Die Italianen moeten met een nog verschrikkelijker gevoel naar huis gegaan zijn. Ik denk dat het voor Maat een helend effect had.

De avond kabbelde voorbij, en toen we later die avond ons verblijf opzochten ben ik even de binnenplaats opgelopen. Het was er nu stil en leeg. Over de muren hoorde je het verkeer en de geluiden van een stad die zich klaarmaakt voor de nacht. De lampjes op de binnenplaats branden, in de hoek knippert er één. De schaduw van de parasol knippert als een zwarte streep door het romantische plaatje.

‘Wil je hier nog even zitten’ vraagt Maat, ‘dan haal ik nog wat blikjes.’

We hebben die avond niet laat gemaakt. Ik had me voorgenomen niet opnieuw over het gesprek te beginnen, maar als er maar enigszins aanleiding toe was geweest had ik dit niet ontweken. Het onderwerp voetbal is de hele avond verder ontweken. We hebben er niet over gesproken, maar in mijn hoofd was het nog steeds onrustig.

OP NAAR PARIJS

De volgende ochtend zijn we heel vroeg opgestaan. Ik had ondanks de korte duur toch een prima nacht achter de rug en in mijn hoofd waren de trommels vervangen door vogeltjes. Nadat we hadden uitgecheckt zijn we te voet naar de parkeergarage gelopen waar we de auto drie dagen geleden gestald hadden. Kwispelend met zijn knipperlichten flitste hij ons toe toen ik hem drukkend op mijn afstandsbediening begroette. Na een korte inspectie van het koetswerk hebben we onze bagage achter in de auto geplaatst. Als afscheid van Madrid wilde we nog eenmaal ontbijten op de Plaza Mayor.

Niets op het plein deed me nog herinneren aan de gezellige drukke ochtend van twee dagen geleden. Die ochtend zaten we hier nog met hoop en galmde de PSV liederen over het plein van tijd tot tijd. De hoop is nu weg en heeft plaatst gemaakt voor een onbehagen gevoel in mijn onderbuik en het gekrijs van de Cotorra, de wilde parkieten die Madrid aan het overnemen zijn. De wedstrijd was ik al weer bijna vergeten.

Het was net iets na negen uur toen ik de auto de parkeergarage uit slalomden. Na een half uur toeteren lieten we Madrid achter ons en draaide de E5 op richting Burgos.