Hoofdstuk 1 – EEN OUDE HERINNERING
HET AFSCHEID
Het regende toen de auto van mijn broertje geruisloos de straat waar ik in woon indraaide. Zoals gewoonlijk komt hij vanuit Den Haag naar Eindhoven als PSV thuis speelt. Hij brengt dan eerst een bezoekje aan ons moeder, waarna hij mij oppikt om naar het Philips stadion te gaan. Met mooi weer pakken we de fiets, al is die nog moeilijker veilig te parkeren dan een auto in de buurt van het stadion.
Vandaag is hij op tijd. Een van onze favoriete wedstrijden staat op het programma. PSV – Feyenoord. We hebben er samen al heel wat gezien. Uit en thuis. Van de 10-0 in Eindhoven tot de penalty reeks in de Europacup in de Kuip, samen tussen de Feyenoord supporters.
De laatste jaren gaan we niet meer naar uitwedstrijden, al is het alleen al dat er niet meer aan kaartjes te komen is. Vroeger volgden we PSV nog wel eens naar Milaan als ze ver kwamen in de Champions League. Je voelde dat deze wedstrijden er niet veel meer zouden komen, en dan wilde je dat meemaken. Ik was er al bij toen PSV de Europacup 1 finale tegen Benfica speelde in 1988. In die tijd vertrokken we nog vanuit Café de Banaan op de Dommelstraat naar uitwedstrijden. Vroeger.
Vanaf de Woenselse markt kuieren we naar het stadion. Onderweg komen uit alle wegen en stegen mensen die als een mierenhoop richting centrum bewegen. De regen is gestopt en er verschijnt een schraal zonnetje.
In het stadion aangekomen verloopt de toegang vrij vlot. Vandaag ben ik degene die voor het bier zorgt en stiefel naar de wachtrij bij het afhaalpunt. Het tappen van het bier gaat nog langzamer dan een biertje in een Duits café, maar vandaag duurt het zo lang dat ik het afscheid nemen mis in het stadion van André Ramalho, Shurandy Sambo en Boy Waterman.
Wachtend in de rij en met Boy Waterman op het scherm gaan mijn gedachten terug naar die nacht acht jaar geleden in Madrid in 2016.
EEN NACHTELIJK GESPREK
Na een zeer enerverende uitwedstrijd tegen Atletico Madrid, die we op pingels verloren, beleefde ik later die avond een wonderlijke ontmoeting. In die nacht sprak ik in de tuin van het hotel waar we sliepen een plat Brabants pratende stropdas, van wie ik geen idee had wie het toen was. Hij was boos en bitter, en wij dronken heel veel, en hij praatte heel veel. Misschien zelfs wel te veel. Hij had de spannendste verhalen.
En één van de hoofdrollen in zijn verhaal was er voor Boy Waterman.

Die nacht in Madrid hield me nog maanden bezig. Ik heb het allemaal eerst een plaats moeten geven wat er die nacht precies gebeurde. Het heeft lang geduurd voordat het me los liet. Die nacht zal ik nooit meer vergeten.
In die tijd maakte ik nog verslagen van al mijn trips en projecten.
Dit is het vreemdste verslag wat ik ooit geschreven heb, en heb mezelf altijd beloofd het nooit met iemand te delen.
En om niet Johan Cruijff te citeren maar Appie Happie: Zeg nooit nooit.
Ik gaf het verslag toen de naam ‘Operatie Waterkanon’.







