HerazNL

Je Buurman Op Internet

Hoofdstuk 7 – PARIJS

Hoofdstuk 7 – PARIJS


PRIVÉ CHAUFFEUR

Zo ver zo goed. Ik hoop niet dat ik iets vergeten ben. Net nadat we vertrokken deze ochtend hebben we de auto vol gegooid met diesel. De rit is een dikke twaalfhonderd kilometer naar Parijs en zal zeker twaalf uur duren. De navigatie gaf aan dat we rond kwart voor tien in Parijs zouden aankomen. Maat wilde graag het eerste stuk door Spanje rijden, wat mij de mogelijkheid gaf om mijn verslag te schrijven. Dat ben ik dus nu aan het doen. We hebben ons voorgenomen om niet te gaan haasten en het hotel in Parijs al laten weten dat we iets later aankomen. Natuurlijk was dat eerst een probleem. In Parijs is alles een probleem. Maar na wat overleg konden we tot twaalf uur terecht.

Zojuist hebben we een tankstation in Frankrijk verlaten waar we even verse koffie hebben gepakt en het thuisfront via Facebook hebben laten weten dat we er nog zijn. “We eten koffie in Aire de l’Océan Est” staat er onder het bericht. De hartjes en duimpjes fleuren het vakantie gevoel weer een beetje op. Toen we vertrokken was het mijn beurt om te sturen. Maar daar dacht Maat anders over. Die had het wel naar zijn zin achter het stuur.

Ik was al die tijd met mijn iPad en notitieblok in de weer geweest en had nauwelijks iets gezegd. Zo nu en dan had ik hem om details gevraagd van de eerste dagen als ik ergens over twijfelde, maar dat werd steeds minder. Maat was druk geweest met muziek en wees me op de mooie uitzichten die we passeerde. Veel meer dan mijn iPad zou ik deze ochtend niet gezien hebben als hij me er niet op gewezen had. Maar ook vandaag geen woord van hem over dinsdagnacht.

NADER ONDERZOEK

Tijdens het typen heb ik de titel van mijn verslag aangepast naar Operatie Waterkanon. Ik denk dat het gesprek me meer gaat bijblijven dan de wedstrijd zelf. Hij was zo overtuigend toen hij het vertelde, alles viel zo op zijn plaats na al die jaren. Ik had het mezelf afgevraagd toen ik voor het eerst een complottheorie hoorde over die middag. Vitesse zou omgekocht zijn waardoor PSV makkelijk kon winnen. Maar mijn hersens protesteerde omdat je niet kampioen kon worden door alleen te winnen van Vitesse. Ook AZ mocht niet winnen. Ik denk dat daar mijn denken altijd is gestopt.

Ik ga er vanuit dat mijn meeste vragen worden opgelost als ik weet wie die pratende stropdas was. Het moet een bekende van de club zijn. Iemand uit de PSV-businessclub, waarschijnlijk een sponsor. En hij woont in de buurt van Eindhoven. Nee, hij komt uit Eindhoven zelf. Aan zijn accent te horen Tongelre of Woensel. Goej Volk zei hij. Woensel dus.

Ik vraag mezelf af of ik hem zou herkennen als ik hem tegen kwam in Eindhoven. Hij was niet groot. Hij moet van mijn lengte geweest zijn. Hij had een grijs baardje, niet te vol en droeg een bril met een zwaar montuur. Daar heb ik helemaal niks aan. Daar loopt Eindhoven vol mee.

Wie ken ik niet die hij noemde. Iedereen, ik kende iedereen. Ik heb hem zelfs geholpen met namen herinner ik me. Het brengt me niets verder. Hij heeft alleen de eindjes van het verhaal aan elkaar geknoopt. Ik kende de eindjes, maar ik heb het verband nooit gezien. Is dat wat er aan de hand was?

PSV ALS EEN NV

Dat Harrie Van Raaij in zijn verhaal voorkwam was natuurlijk logisch. Het was Harrie die begin 1999 aankondigde dat het betaald voetbal van PSV per 1 juli zou worden ondergebracht in de naamloze vennootschap PSV. Harrie Van Raaij maakte daarbij duidelijk dat PSV de eerste Nederlandse betaald voetbalorganisatie zou zijn met een formele Raad van Commissarissen. In de praktijk zou een directieteam onder leiding van Van Raaij als voorzitter met technisch manager Frank Arnesen de dagelijkse gang van zaken gaan regelen.

Daarnaast werd Jan Timmer, voormalig Philips-topman, benoemd tot voorzitter van de Raad van Commissarissen. De aandelen van de nieuwe NV hebben ze toen verdeeld tussen de Stichting PSV Voetbal en de oorspronkelijke vereniging PSV. Die kreeg ook een zogenaamd ‘golden share’ waarmee ze vetorecht hebben op besluiten als het er echt over gaat, zoals het wijziging van de naam of de stadionlocatie. Zo hebben we via de vereniging als supporter zeggenschap behouden over de kernwaarden van de club. De mooiste club van Nederland.

Toen Jan Timmer terug kwam in Nederland zag hij Philips vertrekken naar Amsterdam.

‘Dat was onder Jan niet gebeurd’ had Frits Philips altijd geroepen. Harrie van Raaij zag vooralsnog geen voordelen aan een notering bij de beurs voor PSV N.V.

‘Je kunt het geld dat je verdient niet uitgeven zoals je wilt. Bijvoorbeeld door er spelers voor te kopen. Voetballers zijn kosten, geen investeringen’ had hij gezegd.

Ik ben benieuwd hoe lang ze dat nog volhouden. Hoe lang blijven we die vereniging waar iedereen welkom is en iedereen zich snel thuis voelt. Twintig jaar na de oprichting van PSV in 1913 hebben de leden gestemd dat ook niet Philips medewerkers lid mochten worden van de vereniging. Dat was pas vier jaar na het eerste kampioenschap. Sinds 1933 is onze vereniging voor iedereen toegankelijk. Een ontsnapping uit de dagelijkse stres en drukte in de regio. Samen leven, samen sporten, samen zijn. PSV was geen club, geen FC, PSV was een vereniging. En Harry van Raaij heeft getracht dat te behouden. Maar toch niet zo?

Zo, voor nu ben ik wel bij. Zin in Parijs! Kijken of we een parkeerplek kunnen vinden.

HOTELLETJE IN PARIJS

Die avond hebben we de auto in een buitenwijk geparkeerd en zijn we met de taxi naar ons hotel gegaan. Niets zoeken en manoeuvreren tussen de overspannen Parijzenaren, maar rustig, genietend van de mooie stad naar de voordeur van onze nachtelijke schuilplaats. In de lobby zat een jonge dame duidelijk op ons te wachten. Haar Engels was zo gebrekkig dat Maat haar uit haar lijden verloste door haar in het Frans gerust te stellen. Maat is normaal een zonnestraaltje voor mensen in nood. Zijn grote postuur en kale kop gaan geweldig samen met de eeuwige glimlach en de positieve kijk op alles om hem heen. Behalve als PSV verliest. Dan gaat hij in de vliegtuig stand.

Eenmaal op onze kamer proberen via het gratis Wifi kanaal van het hotel via VPN het Nederlands nieuws te kijken. Dat werd geen succes. Voor het goede doel hack ik het Wifi netwerk van het warenhuis achter ons. Nog voor het nieuws is afgelopen zaagt Maat aan de overgebleven bomen in Parijs. Als het snurken even stokt hoor ik ver op de achtergrond muziek en gelach komen van achter het hotel.

‘Vandaag niet’ hoor ik mezelf zeggen als ik omdraai en het kussen naar me toe trek.

‘Nee zeker vandaag niet’ hoorde ik Maat nog roepen voordat een kussen in een boog op mijn bed ploft.

‘Je gaat slapen, geen flauwekul vandaag’

Even is het stil.

‘Wil je er over praten’ probeer ik voorzichtig.

‘Ga slapen gek’ neemt bij mij alle hoop weg dat we er vanavond serieus gebuurt wordt.

‘Als we terug zijn had ik gezegd, ga alsjeblieft slapen’ klinkt het geïrriteerd.

‘Ook welterusten’ kat ik terug.

Niet veel later duwt het monotone geluid van zijn gesnurk de nacht naar de ochtend.

TOERIST IN PARIJS

Parijs is een stad om even alles te vergeten. Parijs wordt net als Eindhoven de lichtstad genoemd, en is als een ontembare oase van vermaak en vertier, waar de nachten zich ontrollen in een werveling van muziek, wijn en beloftevolle ontmoetingen. En onder de flonkerende kroonluchters van de Grands Boulevards en in de schemerige bohemiensalons van Montmartre versmelt de stad met haar bezoekers tot één grote toneelschikking van zinnelijke verlokkingen. Hier is de alledaagse sleur slechts een gerucht, een verre echo.

In de zachte schaduw van de platanen langs de Seine lonken de terrassen als kleine podia van joie de vivre, waar de geur van versgebakken croissants en de klanken van een verdwaalde accordeonist zich vermengen tot een geurige symfonie van vrijheid. Wie zich in Parijs begeeft, doet afstand van de klok. Tijd is hier een rekbaar begrip, opgeofferd aan de betovering van de stad die nooit moe wordt van haar eigen spiegelbeeld in de etalages van de Rue Saint-Honoré of de sprankelende fonteinen van de Place de la Concorde.

Ja, zo prachtig kan het hier zijn. Maar wij dachten deze ochtend alleen maar aan eten. Na het benzinepomp voer van gisteren willen we nu een verse croissant met kaas en een Charlotte taart. Een goede bodem om voor de rest van de dag op bier te kunnen draaien tot het diner.

Tussen het bier drinken door hebben we ook enkele toeristische attracties bezocht. Van de Notre-Dame zijn we naar MontMartre gegaan en hebben daar een tafeltje op een terras opgeëist.

We begonnen met twee cappuccino voor dertien euro. Dit hebben we afgeblust met twee fluitjes bier voor net geen twintig Euro. Voor onze neus staat een straatmuzikant die duidelijk nog aan het oefenen is. Het optreden duurt iedere keer drie minuten waarna ze collecteert en wacht tot iedereen doorloopt. Dan begint ze opnieuw met haar optreden van drie minuten. Als ik na een half uur het liedje volledig mee kan zingen wordt het tijd om de stad verder te verkennen.

Maat is vandaag uitgelaten. De verlies partij tegen Atletico Madrid is hij duidelijk overheen. Maar hij maakt zich wel wat ongerust over de wedstrijd van zondag tegen Ajax. Zeker na het gelijke spel van vorige week tegen Heerenveen kan puntverlies zondag het kampioenschap wel eens in gevaar gaan brengen. Als ze zondag weer niet winnen dan is dat al drie wedstrijden op rij. En dan is het nog maar de vraag hoe fit iedereen uit de afgelopen wedstrijd is gekomen. Die verlenging kan wel eens in de benen gaan zitten volgens Maat.

We hebben zo de hele dag met de metro veel leuke plekken in Parijs bezocht, maar als de avond valt besluiten we de terugweg naar het hotel te voet te doen. Parijs wordt nog mooier als de zon vertrokken is en de duizenden lampjes in de stad aangaan. Als we later bij het hotel aankomen stel ik voor bij het café aan de overkant nog wat te drinken.

‘We hebben genoeg gedronken vandaag, we kunnen beter gaan slapen dat we goed uitgerust zijn morgen’ oppert Maat.

‘Ook goed, dan gaan we morgenvroeg eerst naar het stadion en een goede parkeerplaats in de buurt zoeken’.

Maat knikte instemmend.

Op de hotelkamer heb ik zojuist het verslag van de iPad overgezet op de laptop en het verslag verder bijgewerkt tot hier. Ondertussen heb ik het verslag van de nacht nog terug gelezen. Wat mij opviel was Mart van de Heuvel niet betrokken was bij operatie Waterkanon.

MART VAN DE HEUVEL

Terwijl iedereen weet dat als er iets geregeld moet worden, dat je dan bij Mart moet zijn. Maar Frits kon hem dat niet aan doen denk ik. Mart is gewoon te veel PSV en zou dit nooit goed gevonden hebben.

Mart begon bescheiden bij PSV, als verzorger bij het tweede elftal. Maar al snel merkte iedereen dat deze man méér was dan een masseur of teammanager. Mart kende de namen van ieders kinderen, wist wie last had van heimwee, en wie even een schouderklop nodig had na een zware training. Voor buitenlandse spelers was hij vaak de eerste Nederlandse glimlach die ze zagen. Hij hielp met de eerste boodschappen, regelde een fiets, en vond altijd een manier om van Eindhoven een thuis te maken.

Generaties aan PSV’ers hebben zijn geduld en warmte gevoeld. Romário noemde hem ooit een vriend, Ronaldo sprak over zijn vaderlijke rol, en ook de talenten van vandaag weten: als Mart in de buurt is, kun je ademen. Zijn kantoor was geen kantoor, maar een huiskamer waar spelers binnenstapten om hun hart te luchten, een grap te maken, of gewoon even te ontsnappen aan de druk.

De Philips cultuur van familie, bescheidenheid en hard werken leefden bij Mart in de meest tastbare vorm. Hij had oog voor het menselijke, en in een tijdperk van miljoenencontracten en sociale media was dat soms belangrijker dan welke tactiek ook. Spelers die elders misschien verloren waren gegaan in de anonimiteit van het profvoetbal, vonden bij Mart houvast.

Wie de geschiedenis van PSV leest, zal vooral de grote wedstrijden en de beroemde namen tegenkomen. Maar wie de ziel van PSV wil begrijpen, moet het verhaal van Mart kennen. Want zonder hem was PSV misschien wel dezelfde club in naam, maar niet dezelfde in gevoel. Nee, Mart zou dit nooit regelen. Voor Mart geen Operatie Waterkanon. We zullen altijd vervangers kunnen vinden voor spelers en trainers, maar Mart vervangen wordt misschien wel de grootste opgave de komende jaren.

PARIS SG

De zaterdagmorgen is al even bezig als we het hotel verlaten. We hebben ons voorgenomen vandaag naar het Parc des Princes stadion te gaan om de fanshop te bezoeken en de omgeving te verkennen waar we de auto strategisch neer konden zetten. We willen na de wedstrijd direct richting Eindhoven vertrekken omdat we de wedstrijd PSV – Ajax niet willen missen.

Met de metro komen we na een klein half uurtje aan bij het stadion terrein. Als we het stadion aan het bekijken zijn treffen we een open poort. Via die poort lopen we door de catacomben naar het veld. Het is een groot stadion. Het is helemaal verbouwd voor het EK van dit jaar. In dit stadion zijn twee olympische spelen gehouden, en er staat er weer een gepland voor 2024. Hier hadden we in 1998 de finale moeten spelen met het Nederlands elftal van Guus Hiddink. Toen leverde we als PSV nog verdedigers aan het Nederlands elftal. Jaap Stam, André Ooijer en PSV aanvoerder Arthur Numan. Op het middenveld liep Philip Cocu met Wim Jonk te ballen. Boudewijn Zenden complementeerde het zestal van toen. Ook dat jaar sneuvelde we op penalty’s. Het Nederlands elftal en penalty’s. Breek me de bek niet open.

Ook dit stadion heeft net als Real Madrid hoofdzakelijk blauwe stoelen maar niet tot dicht op het veld. Het logo van Paris SG is er met rode stoeltjes ingemaakt. Het stadion spreekt niet tot de verbeelding. PSV heeft hier nog nooit gespeeld. Paris SG heeft ook gewoon geen geschiedenis en is sinds vijf jaar in handen van de Arabieren uit Qatar. Je kunt er zoveel geld inpompen als je wil, je koopt er geen geschiedenis mee. Verder hebben ze ook nog de pech dat ze geen echte rivaal hebben binnen de competitie die het aantrekkelijk maakt om hier te spelen. Niets om iedere week beter te moeten zijn. Feijenoord zonder Ajax, NEC zonder Vitesse of Willem II zonder NAC.

Als we weer terug lopen door de catacomben worden we aangesproken door iemand van de beveiliging. Maat reageert naar de bewaker met een handgebaar dat hij niet te dicht bij moet komen. De beveiliger, die er even helemaal niets van snapt, doet een stapje terug.

‘Je te parlerai plus tard’ zegt Maat die zich ineens voordoet als mijn bodyguard. De bewaker knikt en zet een stapje terug. Ik heb de hint begrepen en zet grote passen richting de uitgang.

‘Hoezo spreek je hem later’ vraag ik Maat als we het stadion verlaten.

‘Dat vraagt hij zich nu ook af’ lacht Maat me toe. Zijn grote hand slaat op mijn schouder.

‘Ik moet je toch beschermen’ grapt hij.

‘Ik kan best op mezelf passen’

‘Natuurlijk’ mompelt hij nee schuddend.

De glimlach is weg.

‘Heb ik iets verkeerd gezegd’ vraag ik verwonderd.

Zwijgend wijst hij naar een elektronisch reclamebord dat de wedstrijd tegen Monaco aankondigt.

‘20 Maart?, Hoezo 20 Maart?’

De datum op het affiche geeft aan 20 Maart, dat is morgen. Maar we zouden vanavond gaan? Morgen is het PSV – Ajax.

Het ongeluk op deze trip was nog niet over.

Bij navraag in de fanshop krijgen we te horen dat PSG vorige week al kampioen is geworden. Nu de wedstrijd niet meer belangrijk is hebben ze de wedstrijd verplaatst naar zondag middag. Vorige week zaten we nog in Barcelona. We hebben dit helemaal niet meegekregen. Nu zijn we in Parijs en kunnen we nog geen voetbal gaan kijken.

In de fanshop koop ik een PSG shirt voor mijn dochter, kunnen we de rest van de dag besteden aan eten, drinken en Parijs. Voor het stadion maken we onze laatste bedroevende selfie en vertrekken dan met de metro terug naar het centrum.

EEN DROEVIG EIND

Het verzetten van de wedstrijd heeft duidelijk niet meegeholpen aan het plezier dat we in Parijs zouden kunnen hebben. Als we later in de middag in het reuzenrad op de Place de la Concorde zitten nemen we het besluit om op tijd terug te rijden naar Eindhoven. Dan kunnen we ons rustig gaan voorbereiden op PSV – Ajax.

Na het reuzenrad gaat het alleen nog maar over de aankomende wedstrijd tegen Ajax. We staan nog maar één punt voor op Ajax en bij verlies wordt het moeilijk met nog maar zes wedstrijden te gaan.

Als Maat de stand controleert op zijn telefoon volgt een grote zucht.

‘de wedstrijd tegen Ajax is helemaal niet om half één maar pas om kwart voor vijf. Ze hebben de tijd aangepast om ze zoveel mogelijk rust te gunnen na de wedstrijd tegen Atletico denk ik.’

De bulderende schaterlach die volgt moet in het hele reuzenrad hoorbaar geweest zijn. Ik zag de positiviteit langzaam bij hem terug komen.